In het Fjodorov-museum in Zuid-Moskou.



Aankondiging voor tentoonstelling
over leerlingen van Malevich.

Nikolaj Fjodorov en Andrej Platonov
De Russische schrijver Andrej Platonov (1899-1951) heeft een aantal vreemde boeken op zijn naam staan. Eigenlijk zijn al zijn boeken vreemd. Je kunt er de volgende zinnen in aantreffen: "Slechts af en toe ritselden de naakte wilgen op het lege erf van de dorpsraad om de tijd naar de lente door te laten." of "Alle regen was uit de lucht gevallen."
Tot Platonovs juweeltjes reken ik zijn verhalen "De verborgen mens" en "De Potudan". "De verborgen mens" heeft de volgende legendarische openingszin: "Foma Poechow was niet sentimenteel uitgevallen: op de doodskist van zijn vrouw sneed hij een gekookte worst aan plakjes, uitgehongerd als hij was door het heengaan van de huisvrouw." Russisch dichter en Nobelprijswinnaar Iosif Brodski noemde Platonov "de enige grote Russische schrijver van de 20e eeuw".
Platonovs magnum opus is de prachtige en onleesbare roman "Tsjevengoer". In dit boek komen - nadrukkelijker dan in Platonovs andere werk - zijn filosofische ideeën tot uitdrukking. In zijn denkbeelden was Platonov beïnvloed door de 19e eeuwse Russische filosoof Fjodorov. Fjodorov zag als doel van de mensheid het omvormen van het sterfelijke universum in een onsterfelijke wereld. Hiermee zou de ultieme gelukzaligheid bereikt worden. Dit utopische streven en de rol van de techniek daarin komen rechtstreeks terug in de roman "Tsjevengoer".
In Moskou kun je nog altijd een handjevol Fjodorov-aanhangers vinden. Enkelen van hen hebben in een bibliotheek in een buitenwijk een Fjodorov-museum ingericht. Toen M. en ik dat museumpje bezochten bleek er eigenlijk alleen maar een kleine tentoonstelling te zijn over Fjodorovs invloed op de ruimtevaart. (Om Fjodorovs einddoel te bereiken moest de mens heerser worden over de natuur. Fjodorov had plannen uitgewerkt waarmee vanuit het heelal het klimaat op aarde gereguleerd kon worden.) In het museum werd ik hartelijk ontvangen en na een kwartiertje met de eigenaresse gesproken te hebben, kreeg ik niet alleen een stapel boeken mee van en over Fjodorov, maar werd ik meteen uitgenodigd om het Fjodorov-congres van december a.s. bij te wonen.


De Tretjakovskij Galerij
De Tretjakovskij Galerij is het beroemdste museum van Moskou. In de twee filialen van het museum vind je alle grote Russische schilders, waaronder Repin, Serov, Malevich en Filonov. Voor een bezoek aan deze unieke collectie hadden wij graag een paar roebels over.
Als je de Tretjakovskij Galerij binnenkomt moet je eerst door een grote zaal heen, alvorens je bij de kassa's en de garderobe komt. In deze grote zaal zitten wat als politie-agenten vermomde wachters die tassen en jassen controleren. Ook aan ons werd gevraagd wat er in onze tas zat. Toen de controleur ontdekte dat wij Russisch-sprekende buitenlanders waren, vroeg hij: "Zijn jullie soms studenten?"
Aangezien we dat toch niet konden verhullen zei ik maar gelijk de waarheid: "Nee, wij zijn toeristen." De man begon direct te glunderen. "Kijk", legde hij uit, "als je doorloopt betaal je bij de kassa 220 roebel voor een kaartje. Maar voor 100 roebel laat ik jullie hier direct naar binnen." Grijzend wees hij naar een houten deur achter hem. Overrompeld door dit onverwachte voorstel begon ik te lachen. De controleur lachte luidkeels mee.
"Nee, dat moesten we maar niet doen", zei ik en we liepen door naar de kassa.

Het tamelijk hoge Peter de Grote standbeeld
in de rivier de Moskva.


Het graf van Tsjechov op het
Novodevitsji-kerkhof.

Orthodoxe kerken met muurschilderingen van Andrej Roebljov in overvloed.


Afscheidsmaal met onze gastheer en -vrouw.

- onze andere reizen -